Print deze pagina

Begeleiding

Begeleiding op school is gericht op het scheppen van omstandigheden waarin de leerlingen optimaal kunnen functioneren, zowel wat betreft prestaties als welbevinden.

De medewerkers van het ’s Gravendreef college laten zich leiden door de volgende uitgangspunten:

Onderwijzen is begeleiden

Op onze school willen we de begeleidingsactiviteiten in alle vakken integreren. De training in Studievaardigheden is niet een vak naast de vakken maar coördineert als het ware de aanpak van de studie. Er is sprake van een duidelijke overdracht naar de andere vakken.
Hetzelfde geldt ten aanzien van lessen die zich richten op het sociaal-emotionele klimaat binnen de klas. Op onze school ziet de docent het als zijn taak naast het begeleiden van het leerproces in gelijke mate aandacht te hebben voor de ontwikkeling van de leerlingen tot een verantwoordelijk lid van onze maatschappij.
Daarnaast is de begeleiding niet alleen op het individu gericht maar ook op de klas/groep. Op onze school zien we het kernteam als een organisatorische opvatting t.a.v. de begeleiding van onze leerlingen (voorlopig alleen nog in het vmbo).
Het bovenstaande betekent dat een docent aan het ’s Gravendreef College naast vakdidacticus in gelijke mate pedagoog is.

Begeleiding is preventief en curatief gericht

De preventieve begeleiding is voorwaarde scheppend op het terrein van de vorderingen en het welbevinden van leerlingen. Ten aanzien van kansarme leerlingen beoogt de begeleiding vooral te voorkomen dat schooluitval optreedt.
De curatieve begeleiding richt zich op het verhelpen of terugdringen van problemen die tijdens de periode op school ontstaan t.a.v. vorderingen en welbevinden van leerlingen.
De begeleiding beoogt leerlingen uiteindelijk onafhankelijk te maken. In dat proces heeft de leerling bij het oplossen van de problemen een eigen verantwoordelijkheid.

De mentor is de spil in de begeleiding

De mentor is het eerste aanspreekpunt binnen de school voor ouders, leerlingen en medewerkers.
De mentor signaleert en is actief bij de uitvoering van de leerlingbegeleiding. Dit vraagt van de mentor een bepaalde mate van deskundigheid. Binnen onze school zal de deskundigheidsbevordering van de mentor een belangrijke plaats innemen.

Het Zorgoverleg

De leerling moet gezien worden als een ondeelbare persoon. Dit betekent dat de specialisten binnen de school in eerste instantie de taak hebben de medewerkers van de school bij te staan en te faciliteren bij het geven van begeleiding op de verschillende aandachtsgebieden.
In die gevallen waarin de problematiek de mogelijkheden van de mentor te boven gaat, treedt de “specialist” als 1e lijns-medewerker op. Zonodig verwijst hij na overleg in het interne dan wel externe zorgoverleg door naar een externe instantie.
Aan het Intern Zorgoverleg (IZO) nemen deel: de zorgcoördinator, de intern begeleider, de decaan, de verzuimcoördinator en een lid van de schoolleiding.
In het Zorgbreed Overleg (ZBO) hebben zitting: – naast de leden van de school - de Leerplichtambtenaar, de hulpverlener van Bureau Jeugdzorg, de schoolarts en de jeugdrechercheur.


Vorige pagina: Onderwijskundig beleid
Volgende pagina: De mentor